Jaarrond beschermde nesten in bomen

Sommige vogelsoorten in Nederland zijn zo sterk gebonden aan een vaste nestlocatie waardoor hun nest niet alleen tijdens het broedseizoen, maar het hele jaar door wettelijk beschermd is. Dit geldt ook voor nesten in bomen: van roofvogels als buizerd, havik en wespendief tot koloniebroeders zoals de roek.

Voor overheden, projectontwikkelaars en groenbeheerders betekent dit dat bomen met jaarrond beschermde nesten niet zomaar gekapt of gesnoeid mogen worden, ongeacht het tijdstip van het jaar. Wie dat doet zonder de juiste vergunning, overtreedt de Omgevingswet en riskeert handhaving door de provincie

In het kort


Nesten van een beperkt aantal vogelsoorten zijn op grond van de Omgevingswet jaarrond beschermd, ook buiten het broedseizoen.


Voor bomen in Nederland gaat het vooral om roofvogels (buizerd, havik, sperwer, wespendief, boomvalk) en andere soorten met een vaste nestplaats (roek, ransuil).


Het verwijderen of beschadigen van een jaarrond beschermd nest kan een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereisen, verleend door de provincie. Of een vergunning nodig is, hangt af van de concrete activiteit, het effect op het nest en de geldende provinciale beleidsregels.


De beschermde lijst verschilt per provincie: elke provincie heeft eigen beleidsregels en soortenlijsten vastgesteld op basis van de Omgevingswet.


Ecologisch vooronderzoek is onmisbaar bij boomkap of -snoei in gebieden waar jaarrond beschermde soorten kunnen voorkomen.

Wat zijn jaarrond beschermde nesten?

Alle broedende vogels en hun nesten zijn in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen. Dit geldt voor vrijwel alle inheemse vogelsoorten. De bescherming vloeit voort uit artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, die per 1 januari 2024 is opgegaan in de Omgevingswet. Voor de meeste soorten geldt de nestbescherming uitsluitend zolang het nest daadwerkelijk in gebruik is voor het broeden.

Een beperkte groep vogelsoorten heeft echter een bijzondere band met hun nestplaats: zij keren elk jaar terug naar hetzelfde nest, gebruiken het nest buiten het broedseizoen als rustplaats of zijn zelf nauwelijks in staat een nieuw nest te bouwen. Voor deze soorten geldt de nestbescherming het hele jaar door, ook als er geen eieren of jongen aanwezig zijn. Dit noemen we jaarrond beschermde nesten.

Havik met jong op nest | Foto: Kees de Vries

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft in 2009 een landelijke indicatieve lijst opgesteld van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Sindsdien zijn de provincies verantwoordelijk geworden voor de handhaving en het beleid rondom deze bescherming. Elke provincie hanteert daarvoor haar eigen soortenlijst en beleidsregels, waarbij de RVO-lijst als uitgangspunt dient.

De categorie-indeling van jaarrond beschermde nesten

Binnen de jaarrond beschermde nesten worden vijf categorieën onderscheiden. Deze categorie-indeling geeft ecologische duiding aan de nestplaatsen en kan behulpzaam zijn bij de beoordeling van vergunningaanvragen, maar is niet in alle provincies het geldende juridische kader.

Categorie 1: Nesten die ook buiten het broedseizoen als verblijfplaats worden gebruikt
Een bekend voorbeeld is steenuil. Dit is strikt genomen geen boombewoner, maar de steenuil gebruikt zijn nestholte ook buiten het broedseizoen als slaap- en schuilplaats. Zijn nestplaats is daarmee jaarrond in gebruik en dus permanent beschermd.

Categorie 2: Honkvaste koloniebroeders of soorten afhankelijk van bebouwing of biotoop
Hieronder valt onder meer de roek. Roeken broeden elk jaar op dezelfde locatie in kolonies en zijn zeer plaatstrouw. De fysieke vereisten voor hun nestplaats zijn specifiek en vaak schaars beschikbaar. De roek bouwt zijn nest hoog in vrijstaande bomen, veelal in dorpskernen, langs lanen of in kleine bosjes. Voor andere koloniebroeders in bomen, zoals blauwe reiger en aalscholver, geldt landelijk meer nuance. Hun status kan per provincie verschillen of afhankelijk zijn van ecologisch zwaarwegende omstandigheden.

Categorie 3: Honkvaste solitaire broeders afhankelijk van bebouwing of specifiek biotoop
Denk aan kerkuil, ooievaar, slechtvalk en grote gele kwikstaart. Deze soorten broeden niet in kolonies maar zijn wel sterk gebonden aan een vaste nestlocatie, die zij elk broedseizoen hergebruiken. Grote gele kwikstaart nestelt bij voorkeur langs snelstromend water, een specifiek en vaak schaars habitat.

Categorie 4: Soorten die niet of nauwelijks zelf een nest kunnen bouwen
Dit is de meest relevante categorie voor nesten in bomen. Tot deze groep behoren buizerd, havik, sperwer, boomvalk, ransuil en wespendief. Deze roofvogels en uilen zijn afhankelijk van bestaande nesten, vaak gebouwd door andere vogels zoals kraaien. Zij zijn zelf nauwelijks in staat een volledig functioneel nest te bouwen. Het bestaande nest is daarmee een onvervangbare hulpbron. Als dat nest verdwijnt, heeft de vogel geen alternatief.

Categorie 5: Soorten met voldoende flexibiliteit maar extra aandacht vereist
Categorie 5 omvat soorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plek van het vorige broedseizoen, maar die in principe in staat zijn elders een nieuw nest te vinden. Hun nesten zijn in beginsel niet jaarrond beschermd. Maar wanneer uit ecologisch onderzoek blijkt dat de soort lokaal afhankelijk is van die specifieke nestlocatie, of dat er onvoldoende alternatieven beschikbaar zijn, kunnen ook nesten van categorie 5-soorten jaarrond beschermd worden verklaard. Dit vraagt om een zorgvuldige ecologische afweging en onderbouwing.

De belangrijkste soorten met jaarrond beschermde nesten in bomen

Voor bomenkap en groenbeheer zijn de volgende soorten in veel provincies het meest relevant. Ze nestelen allen in bomen en vallen in de vroegere landelijke handreiking onder categorieën 2 tot en met 4. Of hun nesten in een specifieke provincie jaarrond beschermd zijn, hangt echter af van de aldaar geldende provinciale beleidsregels en soortenlijsten. Raadpleeg daarom altijd de actuele regelgeving van de betreffende provincie.

Buizerd (Buteo buteo)
Buizerd is de meest voorkomende roofvogel van Nederland, met naar schatting 8.000 tot 10.000 broedparen. De soort nestelt bij voorkeur in bosranden, lanen en grotere bosgebieden. Buizerds keren elk jaar terug naar hetzelfde nest en zijn niet in staat zelfstandig een geschikt nest te bouwen. Ze renoveren en hergebruiken bestaande nesten soms jarenlang. Een buizerdnest is herkenbaar aan zijn omvang: een groot, rommelig nest van takken, vaak op enige hoogte in een stevig exemplaar. Categorie 4.

Havik (Accipiter gentilis)
Havik is een middelgrote roofvogel van bosrijke landschappen. Met circa 2.000 broedparen is hij minder talrijk dan de buizerd, maar evenzeer plaatstrouw. Haviken bouwen hun nest in grote, oude bomen in rustige, aaneengesloten bosgebieden en keren er elk jaar naar terug. De soort is gevoelig voor verstoring, met name tijdens het broedseizoen. Categorie 4.

Sperwer (Accipiter nisus)
Sperwer broedt in loofbossen en gemengde bossen, maar ook in grotere lanen en parken. Hij bouwt zijn nest zelf, maar is sterk gehecht aan de nestlocatie en keert jaarlijks terug. Met circa 4.500 broedparen is hij redelijk goed vertegenwoordigd in Nederland. Categorie 4.

Wespendief (Pernis apivorus)
Wespendief is een zomergast die in uitgestrekte bossen broedt. Hij is sterk afhankelijk van aaneengesloten bosgebieden waar wespen en hommels overvloedig aanwezig zijn. Met circa 700 broedparen is het een relatief zeldzame soort. Het nest bevindt zich doorgaans op aanzienlijke hoogte in een grote boom en wordt jaarlijks hergebruikt. Categorie 4.

Boomvalk (Falco subbuteo)
Boomvalk is een slanke valk die zijn prooi in de vlucht vangt. Hij bouwt zelf geen nest, maar neemt nesten over van kraaienachtigen of andere grote vogels. Met 750 tot 1.000 broedparen is hij aanwezig in open landschappen met bosranden en grotere bomen. De vaste nestlocatie maakt hem kwetsbaar bij groenbeheer. Categorie 4.

Ransuil (Asio otus)
Ransuil is een nachtactieve uil die broedt in open, licht beboste landschappen. Net als de boomvalk neemt hij andermans nesten over, bij voorkeur die van de ekster of kraai. Hij is niet in staat zelfstandig een nest te bouwen en daarmee volledig afhankelijk van beschikbare nestgelegenheid. Categorie 4.

Roek (Corvus frugilegus)
Roek is een koloniebroeder die in grotere groepen nestelt in hoge, vrijstaande bomen, vaak in de buurt van bebouwing. Roeken zijn zeer honkvast en keren elk jaar naar dezelfde bomenrij of hetzelfde bosje terug. Roekenkolonies kunnen aanzienlijk in omvang zijn en zorgen soms voor overlast, maar de nesten zijn onverminderd jaarrond beschermd. Het zonder vergunning verwijderen van een roekenkolonie leidt regelmatig tot handhavingsprocedures. Categorie 2.

Buizerd op nest | Foto: Bas Verhoeven

Categorie 5-soorten: alleen jaarrond beschermd bij zwaarwegende omstandigheden

Naast soorten met jaarrond beschermde nesten zijn er ook categorie 5-soorten. Dit zijn vogels die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, of naar de directe omgeving daarvan. Zij beschikken wel over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen als de broedplaats verloren is gegaan.

Categorie 5-soorten zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Wel kunnen nesten van categorie 5-soorten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dat moet altijd per locatie ecologisch worden beoordeeld. Bijvoorbeeld door te kijken naar de beschikbaarheid van voldoende geschikte alternatieve nestplaatsen in de directe omgeving.

Voorbeelden van categorie 5-soorten die in of rond bomen kunnen broeden zijn spreeuw, boomkruiper, koolmees en pimpelmees. Schadelijke effecten op bezette nesten van categorie 5-soorten zijn te voorkomen door maatregelen te treffen, zoals werken buiten het broedseizoen. In gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord.

Wetgeving: de Omgevingswet en provinciale beleidsregels

Wettelijke grondslag
De bescherming van vogelsoorten en hun nesten is in Nederland verankerd in de Europese Vogelrichtlijn (2009/147/EG). In de Nederlandse wetgeving is dit geïmplementeerd via de Wet natuurbescherming, die per 1 januari 2024 is opgegaan in de Omgevingswet. De relevante verboden staan in artikel 11.37 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): het is verboden om nesten van beschermde vogelsoorten te vernielen, te beschadigen of weg te nemen.

Provinciale bevoegdheid
Sinds de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming (nu Omgevingswet) in 2017 zijn de provincies het bevoegd gezag voor de handhaving van soortenbescherming en voor het verlenen van ontheffingen. Elke provincie heeft op basis van de landelijke RVO-lijst een eigen provinciale lijst vastgesteld van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Deze lijsten kunnen onderling verschillen: een soort die in de ene provincie jaarrond beschermd is, kan in een andere provincie in een andere categorie vallen of zelfs niet op de lijst staan. Het is daarom essentieel om bij ieder project de provinciale beleidsregels van het betreffende bevoegd gezag te raadplegen.

Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit
Wie een boom wil kappen of zwaar wil snoeien waarin zich een jaarrond beschermd nest bevindt, heeft een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Deze vergunning wordt aangevraagd bij de provincie. Om een dergelijke vergunning te verkrijgen, moet worden aangetoond dat er een dwingende reden van groot openbaar belang aanwezig is, dat er geen bevredigende alternatieven zijn en dat de maatregel de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in gevaar brengt.
In de praktijk is het verkrijgen van een ontheffing voor jaarrond beschermde soorten een complexe en tijdrovende procedure. Een gedegen ecologische onderbouwing, inclusief veldonderzoek, is daarvoor doorgaans noodzakelijk.

Rol van de provincie en handhaving
De provincie is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Overtredingen van de verbodsbepalingen kunnen leiden tot bestuursrechtelijke handhaving, maar ook tot strafrechtelijke vervolging. Het overtreden van de Omgevingswet op dit punt is een economisch delict. Gemeenten en aannemers die bomen kappen zonder ecologisch vooronderzoek lopen daarmee een aanzienlijk juridisch risico.

twee jonge sperwers op jaarrond beschermd nest

Twee jonge sperwers op nest | Foto: Kees de Vries

Praktische gevolgen voor groenbeheer en bouwprojecten

Wanneer is een ecologisch onderzoek verplicht?

Ecologisch onderzoek naar jaarrond beschermde nesten is verplicht zodra bomen worden gekapt of zwaar gesnoeid die potentieel geschikt zijn als nestplaats voor beschermde soorten. Dit geldt voor bomen in bosranden, lanen, parken en grotere solitaire bomen. De aanwezigheid van grote nesten (takken, diameter meer dan circa 30 cm) is altijd een signaal om nader onderzoek te verrichten.

Ecologisch vooronderzoek omvat minimaal een quickscan, waarbij een ecoloog de locatie beoordeelt op aanwezigheid van nesten en potentieel geschikt habitat. Afhankelijk van de uitkomst kan nader onderzoek nodig zijn, zoals meerdere veldinventarisaties over meerdere seizoenen.

Planningsfase: tijdig starten met onderzoek

Voor projecten waarbij bomen moeten wijken, is het cruciaal om ecologisch onderzoek zo vroeg mogelijk in de planningsfase te starten. Een quickscan kan al in een vroeg stadium uitsluitsel geven over het al dan niet aanwezig zijn van beschermde nesten. Als jaarrond beschermde nesten worden aangetroffen, kan dit leiden tot aanpassing van het ontwerp, vertraging van de werkzaamheden of de noodzaak van een vergunningprocedure die maanden tot meer dan een jaar in beslag kan nemen.

Mitigerende maatregelen

Wanneer een nest niet kan worden gespaard, kan in sommige gevallen worden gewerkt met mitigerende maatregelen. Denk aan het plaatsen van kunstmatige nestgelegenheid, het uitvoeren van werkzaamheden buiten de gevoelige periode of het zorgdragen voor alternatieve nestlocaties in de nabijheid. Of mitigatie volstaat hangt af van de soort, de categorie van het nest en de provinciale beleidsregels. Voor categorie 4-soorten zoals  buizerd geldt dat mitigatie alleen werkt als de ecologische effectiviteit overtuigend kan worden aangetoond.

Gedragscode soortenbescherming

Voor bepaalde werkzaamheden, zoals regulier groenbeheer door gemeenten, bieden goedgekeurde gedragscodes een vrijstelling van de ontheffingsplicht. Maar deze gedragscodes bieden uitdrukkelijk geen vrijstelling voor jaarrond beschermde nesten. De vrijstelling geldt alleen voor werkzaamheden waarbij jaarrond beschermde nesten aantoonbaar afwezig zijn of niet worden aangetast.

Praktische tips voor overheden, projectontwikkelaars en groenbeheerders

  • Laat altijd een quickscan uitvoeren voordat bomen worden gekapt, ook buiten het broedseizoen. Jaarrond beschermde nesten zijn het hele jaar wettelijk beschermd.
  • Raadpleeg de provinciale beleidsregels en de geldende soortenlijst van de provincie waar het project plaatsvindt. Lijsten kunnen per provincie aanzienlijk verschillen.
  • Stel een inventarisatieplan op voor grotere projecten. Onderzoek naar gebruik van nesten door buizerd, havik en wespendief vereist vaak meerdere veldbezoeken over meerdere seizoenen.
  • Leg de resultaten van ecologisch onderzoek altijd schriftelijk vast en bewaar de documentatie. De provincie kan hierom vragen bij toezicht of handhaving.
  • Schakel tijdig een erkend ecoloog in. Wacht hier niet mee tot kort voor de start van de werkzaamheden: vergunningprocedures voor jaarrond beschermde soorten kunnen lang duren.
  • Markeer bij constatering van een jaarrond beschermd nest de betreffende boom duidelijk op tekening en in het veld, zodat aannemers weten waar niet gewerkt mag worden.
  • Overweeg bij lange termijn groenbeheer een soortenmanagementplan (SMP). Dit biedt een gebiedsdekkende ontheffing voor een langere periode en voorkomt projectmatige vertraging.
  • Bescherm ook de functionele leefomgeving rondom het nest. Denk hierbij aan vaste aanvliegroutes en belangrijke voedselplekken dichtbij. Maken werkzaamheden het nest door een veranderde omgeving onbruikbaar, dan ziet de wet dit direct als het illegaal vernielen van een nest.
Sperwer op jaarrond beschermd nest met jong

Sperwer op nest met jong | Foto: Bas Verhoeven

Verschil per provincie: provinciaal maatwerk

De jaarrond beschermde soortenlijsten zijn niet uniform in heel Nederland. Elke provincie heeft op grond van de Omgevingswet de bevoegdheid een eigen lijst vast te stellen. Dit leidt tot relevante verschillen in de praktijk:

Zo valt buizerd in de meeste provincies onder categorie 4 (jaarrond beschermd, geen zelfstandige nestbouwer), maar in een provincie als Drenthe onder categorie 5, waarbij de bescherming afhankelijk is van de ecologische omstandigheden. Sperwer staat in sommige provincies als categorie 4 op de lijst, in andere als categorie 5. Torenvalk is in diverse provincies jaarrond beschermd, maar in andere provincies alleen tijdens het broedseizoen.

Dit betekent dat een projectontwikkelaar of gemeente die actief is in meerdere provincies per locatie moet bepalen welke soorten jaarrond beschermd zijn en welke provinciale beleidslijn geldt. Een ecoloog met kennis van de lokale regelgeving is daarvoor onmisbaar.

Actueel voorbeeld: Zeeland kiest voor aparte lijsten

Provincie Zeeland heeft op 9 juli 2026 haar Beleidsregels Natuurbescherming gewijzigd. De provincie werkt sindsdien met twee afzonderlijke lijsten: één voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en één voor vogelsoorten met jaarrond beschermde rustplaatsen. Beide lijsten bevatten 36 soorten.

Opvallend is dat de Zeeuwse beleidsregel geen aparte categorie bevat voor soorten waarvan de nestbescherming alleen onder bepaalde ecologische omstandigheden jaarrond geldt. Deze benadering wijkt af van de vroegere landelijke categorie 5.

Dit heeft ook gevolgen voor soorten die in oudere landelijke overzichten vaak als jaarrond beschermd worden genoemd. Buizerd, havik en wespendief staan bijvoorbeeld niet op de Zeeuwse lijst met jaarrond beschermde nesten, die vanaf 10 juli 2026 geldt. Tijdens een broedgeval blijven hun nesten vanzelfsprekend beschermd. Buiten die periode volgt de beoordeling in Zeeland echter niet automatisch de vroegere landelijke categorie-indeling. Onderzoek daarom altijd welke actuele provinciale beleidsregel en soortenlijst op de projectlocatie van toepassing zijn.

Zeeland omschrijft rustplaatsen breed. Het kan bijvoorbeeld gaan om slaapplaatsen, ruiplaatsen, schuilplaatsen en hoogwatervluchtplaatsen. De locatie hoeft niet permanent in gebruik te zijn. Bescherming is aan de orde wanneer vogels er jaarlijks of seizoensgebonden terugkeren én de rustplaats onder specifieke omstandigheden essentieel is, bijvoorbeeld doordat er geen reële uitwijkmogelijkheid bestaat.

De Zeeuwse lijsten gelden alleen binnen Zeeland. Controleer daarom altijd de actuele beleidsregels van de provincie waarin een project plaatsvindt.

Bron: Provinciaal blad Zeeland 2026, nr. 11656

Het belang van ecologisch advies

Jaarrond beschermde boomnesten vormen een van de meest voorkomende struikelblokken bij bouwprojecten, gemeentelijk groenbeheer en infrastructurele werkzaamheden. Wie te laat constateert dat een te rooien boom een jaarrond beschermd nest bevat, kan worden geconfronteerd met een bouwstop, handhavingsprocedure of de noodzaak van een tijdrovende ontheffingsaanvraag.

Tijdig ecologisch advies voorkomt dit. Een erkend ecoloog kan op basis van een quickscan en zo nodig nader onderzoek bepalen of beschermde nesten aanwezig zijn, welke provincie het bevoegde gezag is, wat de beschermingsstatus is van de aangetroffen soort(en) en welke stappen nodig zijn om het project juridisch deugdelijk voort te zetten.

Een ecologisch bureau met ervaring in vogelonderzoek beschikt over de kennis van provinciale lijsten, relevante jurisprudentie en de praktijk van vergunningverlening om je hierin te begeleiden.

Hulp nodig bij jaarrond beschermde nesten in jouw project?

Heb je te maken met bomen waar mogelijk jaarrond beschermde vogels nestelen of wil je weten wat de gevolgen zijn voor uw bouwproject of groenbeheer? Ecoresult helpt je graag verder. Onze ecologen hebben ruime ervaring met vogelonderzoek, het beoordelen van nestlocaties en de begeleiding van vergunningprocedures.

Neem contact met ons op via de contactpagina voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Lees ook het bericht over de Ecoresult Academy: op pad langs jaarrond beschermde nesten met Ferry van der Lans.

Veel gestelde vragen over jaarrond beschermde nesten

1. Kan ik een boom met een jaarrond beschermd nest altijd laten staan tot de winter, en daarna kappen?

Nee. Juist omdat het om jaarrond beschermde nesten gaat, is de bescherming niet gebonden aan het seizoen. Het nest mag ook in de winter niet worden vernield of verwijderd zonder een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Er bestaat geen ‘veilig seizoen’ voor het kappen van bomen met jaarrond beschermde nesten.

2. Wat als een nest al meerdere jaren niet meer in gebruik lijkt?

Ook een ogenschijnlijk verlaten nest van een jaarrond beschermde soort mag niet zonder meer worden verwijderd. Vogels als buizerd en havik kunnen een nest meerdere jaren achtereenvolgend niet gebruiken en er daarna toch naar terugkeren. Een ecologisch deskundige dient op basis van meerjarig veldonderzoek aan te tonen dat het nest structureel niet meer in gebruik is voordat kan worden afgeweken van de jaarrond bescherming. De vereiste onderzoeksinspanning is afhankelijk van de soort, de locatie en de provinciale beleidsregels.

3. Mogen we als gemeente snoeien in bomen met roekennesten?

Alleen als het snoeiwerk de nesten niet aantast en er geen verstoring optreedt die de staat van instandhouding schaadt. Roeken zijn koloniebroeders en hun nesten vallen onder categorie 2: jaarrond beschermd. Snoeiwerk dat nesten beschadigt of de kolonie verstoort vereist een vergunning. Het is raadzaam te werken met een gedragscode soortenbescherming en een ecoloog te laten vaststellen wat wel en niet mogelijk is.

4. Is de functionele leefomgeving rondom het nest ook beschermd?

Ja. De Omgevingswet beschermt niet alleen het nest zelf, maar ook de functionele leefomgeving: het gebied dat essentieel is voor de soort om succesvol te broeden. Dit omvat foerageergebied, vliegroutes en rust- en schuilgebieden in de directe omgeving van het nest. Werkzaamheden die geen direct effect hebben op het nest zelf, maar de functionele leefomgeving ernstig aantasten, kunnen toch in strijd zijn met de wet.

5. Wat gebeurt er als ik per ongeluk een jaarrond beschermd nest vernietig?

Bij een onbedoelde overtreding is opzet geen vereiste voor aansprakelijkheid: de overtreding is er ook als men niet wist dat er een beschermd nest aanwezig was. De provincie kan handhavend optreden via een last onder dwangsom of bestuursdwang. In ernstige gevallen kan ook strafrechtelijke vervolging volgen. Bovendien kan de projectontwikkelaar of opdrachtgever civielrechtelijk aansprakelijk worden gesteld. Voorkomen is hier zeker beter dan genezen.

6. Kan een soortenmanagementplan (SMP) helpen bij het omgaan met jaarrond beschermde nesten?

Ja. Een soortenmanagementplan biedt de mogelijkheid om op gebiedsniveau een ontheffing te verkrijgen voor meerdere beschermde soorten, inclusief vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. Dit is met name interessant voor gemeenten en terreinbeheerders die structureel te maken hebben met beschermde soorten in hun groenareaal. Een SMP biedt rechtszekerheid voor langere termijn en voorkomt steeds opnieuw projectmatige vertragingen.

Contact

Wil je Ecoresult betrekken bij jouw project?

Neem contact met ons op en we leggen je graag uit wat we voor je kunnen betekenen.

Mogelijk vind je dit ook interessant:

Op pad langs jaarrond beschermde nesten met Ecoresult Academy
Kleurringonderzoek huismus: wat gebeurt er bij sloopprojecten?
Video interview waar ecoloog en vogelonderzoeker Cornelis te zien is
Video: onderzoek broedbiologie matkop